Zout

Je weet dat er veel meer zout water op de wereld is dan zoet water. Dat is al heel lang zo. In zout water zit zout opgelost. Als het zeewater verdampt, blijft er een zoutlaagje over. Als je op een warme dag in zee gezwommen hebt en je laat je in de zon opdrogen, zie je dat er een dun wit laagje op je lijf achterblijft. Dat is zout.

200 tot 300 miljoen jaar geleden was Nederland  grotendeels bedekt met een grote binnenzee. Het was toen heel warm en droog. Het water van de zee verdampte en er bleef een dikke berg zou achter, die nu diep in de bodem zit. We noemen deze bergen zout ‘steenzout’. Dat zout kunnen we best gebruiken, dus halen we het naar boven. We  noemen dit het winnen van zout. Zout wordt gewonnen in Twente en Oost-Groningen.

Om zout te winnen,  boren we lange buizen in de grond. Die buizen gaan zo diep de grond in, dat ze in de zoutlaag terecht komen. In deze buizen laten we zoet water stromen. Het zout lost op in dit zoete water. Opgelost zout in water noemen we pekel. Deze pekel wordt opgepompt en gaat via pijpen naar Delfzijl of Hengelo. Daar laten we het water weer verdampen, zodat er weer zout overblijft.

In warme landen, die aan zee liggen, laten ze de zee overlopen over een stuk land, zodat er ondiepe kunstmatige zoutwaterplassen ontstaan. Dan laten ze de zon het werk doen. Het water verdampt en er blijft een zoutlaag achter, die er met bulldozers afgeschraapt wordt. Hierna wordt het nog  schoongemaakt. In Spanje zie je dit bijvoorbeeld, maar in nog veel meer warme landen. In Nederland is het hier te koud voor.

Ook wordt in sommige landen nog zout gewonnen uit zoutmijnen. Mensen gaan dan diep de grond in en hakken grote stukken zout weg, die vervolgens naar de oppervlakte gebracht worden.

Proefje:

Neem een glas en vul het half met water. Doe hier enkele lepels zout in. Goed roeren en dan op de vensterbank in de zon zetten. Laat dit glas zo lang staan totdat al het water verdampt is. Als je het goed gedaan hebt, krijg je je zout weer terug.

 

Zout